Diagnose longembolie? Alle onderzoeken op een rij

Diagnose longembolie, dit staat je te wachten

De diagnose longembolie is van buitenaf niet te stellen. Op basis van het klachtenpatroon kan echter wel een groot vermoeden ontstaan. Er is wel altijd aanvullend onderzoek nodig om een longembolie met zekerheid vast te stellen.

De behandelend arts zal beginnen met een anamnese (vragen m.b.t. levenspatroon e.d.) en lichamelijk onderzoek. Verder zal er worden verricht:

1. Gesprek met een arts

Eerst heb je een gesprek met de arts, die je ook lichamelijk zal onderzoeken.

2. Bloedonderzoek

Bij een bloedonderzoek wordt een zogenaamde 'D-dimeer'-test gedaan. Deze test meet de afbraakproducten van de stolling in het bloed. Als deze waarde verhoogd is, bestaat er een verhoogde kans op een longembolie

3. Echo van de bloedvaten

Aan de hand van een echoscopie van de bloedvaten kan een bloedpropje worden aangetoond.

4. Röntgenfotos's via ventilatie- of perfusiescan

Door middel van radioactieve straling kan de functie en doorbloeding van de longen worden beoordeeld. Er wordt vaak gestart met een ventilatieonderzoek. Je ademt dan via een mondstukje een radioactieve stof in. Vanuit verschillende posities worden vervolgens foto-opnames gemaakt om de functie van de longen in beeld te brengen. Dit onderzoek duurt ongeveer een kwartier.

Daarna gebeurt hetzelfde nog eens, maar dan via een injectie in een ader in een arm.

5. CT-scan

Wordt er geen perfusiescan gedaan? Dan krijg je hiervoor in de plaats vaak een CT-scan. Deze geeft een dwarsdoorsnedes van het lichaam en stuurt deze door naar een computer. Door middel van contrastvloeistof kan de doorgankelijkheid van de bloedvaten worden gemonitord. Bij het vermoeden van een longembolie, wordt er meestal een CT-scan van de bloedvaten van de longen gemaakt. Hierbij gebruikt de arts speciale contrastvloeistof met jodium.

6. MRI-scan

Een scan die met behulp van magnetische straling hele nauwkeurige beelden van het lichaam maakt, waaronder ook de longen. Een bloedprop kan op die manier goed in beeld worden gebracht.

7. ECG (Hartfilmpje)

Een afwijkend ECG - elektrocardiogram (hartfilmpje) - kan door verschillende factoren worden veroorzaakt, een longembolie is daar één van. Een ECG kan dus geen diagnostiek doen, maar kan wel ondersteunen bij het stellen van de diagnose longembolie in combinatie met andere onderzoeken.

Wells-score bij diagnose longembolie

De Wells-score kan worden gebruikt om te bepalen hoe groot de kans is dat er sprake is van een longembolie. De Wells score is een klinsche beslisregel voor de kans op longembolieën (LE).

De score wordt over het algemeen toegepast bij wie al een verdenking op een longembolie heeft. Een lage LE-Wells score (kleiner of gelijk aan 4) en een lage D-dimeer (kleiner of gelijk aan 500 μg/l) sluit het bestaan van een longembolie uit.

Diagnose longembolie op basis van puntensysteem van de LE-Wells score
Bij de Wells-score krijgt elk hierboven genoemd kenmerk, de hoeveelheid punten die erachter staat. Bij een Wells-score boven de 4 is een longembolie waarschijnlijk en dient er zeker aanvullend onderzoek te worden verricht.

Na de diagnose longembolie krijg je bloedverdunners en eventueel extra zuurstof, die de klachten en het risico direct verminderen.